OVERZICHT STEENSOORTEN
Inhoud:
-
stollingsgesteenten
- afzettingsgesteenten
- omzettingsgesteenten
- composieten
- alfabetische
lijst
| Naam | Omschrijving |
| Dieptegesteenten | Ontstaan door stolling van de vloeibare kern van de aarde. Zeer hard en zeer moeilijk te bewerken, maar hoogglanzend te polijsten. De dan aanwezige glans is weerbestendig. Deze gesteenten, met vindplaatsen over de hele wereld, komen voor in meerdere kleuren, afhankelijk van de verontreiniging. Dieptegesteenten kunnen aan de oppervlakte komen door verheffing van de aardkorst en daarop volgende erosie van aanwezige sedimenten. |
| Uitvloeiingsgesteenten | Dit is de snel afgekoelde en gestolde steensoort
die aan de oppervlakte ontstaat na doorbraak door de aardkorst van de vloeibare kern, bv
na vulkaanuitbarstingen. De structuur is anders dan die van de dieptegesteenten, omdat de kristallisatie in twee fasen is verlopen. De eerste kristallisatie vindt plaats in de kern door gedeeltelijke afkoeling en de tweede fase tijdens en na de eruptie. Vanwege de brosheid vaak open van structuur en dan goed te verwerken. |
| Ganggesteenten | Een stollingsgesteente in de uitbraakgang (dus onder de oppervlakte) van een eruptie. |
Deze steensoorten bevatten vaak verontreinigingen, zoals skeletdelen (vaak schelpen). Ook zijn ze vaak niet homogeen omdat tijdens of tussen de afzettingsperioden ook andere materialen zijn afgezet. Er zijn veelal dan ook lagenstructuren te herkennen. Deze lagen liggen, door de geologische activiteit, niet altijd horizontaal in de aarde. De scheiding van lagen is vaak een zwak punt waarop een steen gesplitst kan worden of door verwering uiteenvalt. In groeven moet daar goed op gelet worden en worden blokken dus regelmatig schuin uit de rots gehaald.
| Naam | Omschrijving |
| Zandsteen (Areniet) | Is een steen die bestaat uit samengeklonterde
neergeslagen zand (silicaat) deeltjes. De klontering van de zandkorrels wordt meestal
veroorzaakt door een bindmiddel. Dit kan vergeleken worden met het
cementeringsproces. De steen is duurzaam, vanwege het hoge silicaatgehalte, maar is niet
erg hard. De steen is poreus en daarom niet te polijsten. De structuur wordt grotendeels bepaald door de omvang van de oorspronkelijke deeltjes, die een diameter hebben van 0,02 tot 2 mm. Het kleurenpalet beslaat de aardkleuren. Zandsteen heeft vindplaatsen over de hele wereld en wordt daarom ook vernoemd naar de vindplaatsen. Zeer bekend is de Bentheimer zandsteen. Het stof dat vrijkomt tijdens het hakken is zeer gevaarlijk en kan stoflongziekten veroorzaken. De verwerking van de steen is daarom onderhevig aan een speciale wet, de silicosewet en in het bijzonder het daarop gebaseeerde zandsteenbesluit. |
| Kalksteen | Is een steen die ontstaan is uit de afzetting
van kalkhoudende of kalkachtig materiaal. De duurzaamheid varieert en wordt o.a. bepaald
door het ontstaan van een hardere schil aan de buitenkant van de steen. Als deze
beschermende schil wordt beschadigd kan de steen snel uiteenvallen. De soorten varieren in
hardheid, maar zijn niet echt hard. De steen is niet te polijsten. De kleur varieert van wit/gebroken wit naar de lichter bruintinten. Kalksteen heeft vindplaatsen over de hele wereld. Ook deze steen wordt vaak vernoemd naar de vindplaats. |
Deze soorten zijn ontstaan door latere omzetting van stollings- of afzettingsgesteenten. De omzetting heeft plaats gevonden onder invloed van hoge druk, temperatuur of een chemische reactie. Om deze reden worden het omzettingsgesteenten genoemd.
| Naam | Omschrijving |
| Albast | Doorschijnende marmerachtige kalksteen. Niet
weervast. Er is een varieteit op basis van calciet en een op basis van gips. De calciet variant is hard, enigszins doorschijnend. Meestal geelachtig wit, met gekleurde banden. De gips variant is zacht en kan met de nagel worden bekrast. Zelden wit, maar meestal grijsachtig met wolken van andere kleuren. |
| Gneis | Omzetting van graniet. |
| Kwartsiet | Omzetting van zandsteen. |
| Marmer | Is een omzetting van kalksteen. Door de
omzetting zijn ze harder dan de kalksteen waaruit ze zijn ontstaan. De steen is goed te polijsten, omdat de omzetting de steen compacter heeft gemaakt. Vanwege het hoge kalkgehalte is de glans niet weervast, omdat onder inbloed van zure regen de oppervlakte wordt aangetast. De kleur wordt grotendeels bepaald door de kleur van het oorspronkelijke materiaal en kan homogeen zijn of geaderd. Op zo'n ader is er kans op breuk. Zo bestaan er witte, rode, groene en zwarte marmersoorten. Marmer kan op veel plaatsen ter wereld worden aangetroffen. |
| Leisteen | Dit is een harde weervaste steen, die in platen
voorkomt. Is een omzetting van een kleiafzetting. De kleur is meestal zwart of een zeer donkergrijs. |
| Speksteen | Zachte, vette, vuur- en weervaste steen. De massieve variant van het mineraal talk. |
Een verzameling van gesteenten die bestaan uit samengeklonterde afvalstukken van andere gesteenten. Meestal wel compact, maar breekbaar op de grensvlakken van de oorspronkelijke delen.
| Naam | Omschrijving |
| Albast | Zie onder metamorfe gesteenten. |
| Anteor | Franse kalksteen. Compacte fijnkorrelige steen. Kleur wit tot lichtgeel. Weervast. |
| Arduin | Synoniem voor Belgische hardsteen. |
| Bardiglio | ? |
| Basalt (zuilen) | Een ganggesteente. Kenmerk is de regelmatige vorm. |
| Basaltlava | Een uitvloeiingsgesteente. Zwart van kleur en open (schuimvormig) van structuur. Goed te hakken. |
| Belgische hardsteen | Een zeer vaste kalksteen. Onstaan vanuit
kleiafzettingen op de zeebodem. Daarom zitten er vaak schelpresten in, maar er kunnen ook
steenkoollaagjes in voorkomen. Op zo'n steenkoollaag een hoog breukrisico. Ook schelpen
kunnen uitbreken. Er kunnen kristallijne zoutinsluitingen in voor komen. Tijdens het
hakken komt er vaak een zwavelgeur vrij. Zwart (soms met blauwzweem) van kleur. Goed te
polijsten. Vindplaatsen van Belgie tot Ierland. Steen wordt veelal genoemd naar de groeve, bv Sprimont, Namen, Doornik, Vinalmont die onderling verschillen in hoeveelheid schelpen, kleur, aders etc. |
| Bleu Belge | Belgische marmersoort. Kleur grijsblauw tot blauwzwart, met witte aders. Deze aders bestaan uit kristallijne kalk en geven een breukrisico. |
| Brauvilliers | Franse kalksteen. Gemakkelijk te bewerken. Kleur varieert van wit tot beige. Vergelijkbaar met savonniere. |
| Carrara marmer | Meestal witte (soms sneeuwwit) Italiaanse marmersoort uit Toscane. De Romeinen gebruikten deze steen al. |
| Comblancien | Franse kalksteen. Dicht van structuur. Geel tot lichtbruin van kleur. Goed te polijsten maar niet weervast (vorstgevoelig). Bij het hakken kans op splinteren. |
| Diabaas | Een uitvloeiingsgesteente, groen /zwart van kleur. |
| Dioriet | Een dieptegesteente, meestal groen van kleur. |
| Dolomiet | Kalksteen uit Tirol. Fijnkorrelig, maar niet te polijsten. Er komen verschillende kleuren voor, o.a. grauwwit, rood en groen. Goed te hakken. |
| Euville | Franse kalksteen. Dicht van structuur en weervast. Kleur varieert van wit naar geelbruin. Niet te polijsten. Goed te hakken. |
| Gneis | Zie onder omzettingsgesteenten |
| Graniet | Een dieptegesteente. |
| Griotte | Roodachtig marmer uit Belgie en Frankrijk. |
| Hardsteen | Synoniem voor Belgische hardsteen. |
| Kristalino | ? |
| Kwartsiet | Zie onder omzettingsgesteenten. |
| Leisteen | Zie onder metamorfe gesteenten. |
| Mergel | Zeer zachte kalksteen uit bv Zuid Limburg. Niet te polijsten. Wordt voornamelijk gebruikt als bouwsteen. |
| Morley | Franse kalksteen. Niet echt harde steen en niet echt weervast. Grauw van kleur. |
| Muschelkalksteen | Duitse kalksteen. Grof poreus van structuur, maar de compacte delen zijn goed te polijsten. Weervast. |
| Noire de Massey | Zie zwart marmer. |
| Obsidiaan | Uitvloeiingsgesteente waarbij de afkoeling zo snel is gegaan dat er geen kristallisatie heeft plaats gevonden. Zwart van kleur en ziet er glasachtig uit. |
| Onyx | Doorschijnende marmersoort.. Kans op splinteren tijdens het hakken. |
| Petit granit | Gangbare naam voor gepolijste Belgische hardsteen. |
| Porfier | Een uitvloeiingsgesteente. Glasachtig rood, groen , grijs gespikkeld. |
| Portlandstone | Engelse kalksteen. Hard en weervast. Kleur grijswit. |
| Pouillenay | Franse kalksteen. Weervaste dichte steen. Kleurschakeringen wit, bruin en rose. |
| Puimsteen | Een uitvloeiingsgesteente. Schuimvormig van structuur. |
| Rouge royale | Belgische afzettingsgesteente. Kleur donker rood, met witte aders. Sediment van koraalriffen. |
| Savonniere | Franse kalksteen. Fijnkorrelig, vaal geel van kleur. Niet weervast. Niet te polijsten. |
| Serpentijn | Een zacht, groenachtig donker omzettingsgesteente. |
| Solnhofer | Duitse kalksteen. Harde gelijkmatige steen. Geelwit met donkere aders. |
| Speksteen | Zie onder metamorfe gesteenten. |
| Travertin/Travertijn | Lichtbruine Italiaanse/Duitse kalksteen die niet compact is. Bevat veelal holtes en de steen is zeer bros. Weervast. De compacte soorten lijken sterk op marmer. |
| Tufsteen | Verzamelnaam voor steen die bestaat uit een samenklontering van uitvloeingsgesteente en afzetteingsgesteente. Kenmerkend is dat deze steen poreus is en zeer |
| Vaurion | Franse kalksteen. Fijnkorrelig, kleur varieert van beige tot donkergeel. Weervast. |
| Vert Terino | ? |
| Zeepsteen | Synoniem voor speksteen. |
| Zwart marmer | Belgisch marmer. Diepzwart van kleur. Kans op splinteren tijdens het hakken. |
Laatst bijgewerkt: 23 March, 2007