ERVARINGEN MET HET DRUIVENRAS REGENT
Inhoud
- Afkomst
- Groeiwijze
- Wijn
Afkomst
De Regent is een kruising tussen de Diana Hamburg en de Chambourcin. Staat ook bekend
onder de naam Geilweilerhof 67-198-3, genoemd naar het instituut waar het ras gekweekt is.
<terug naar inhoud>
Groeiwijze
De Regent is een modern ras met een hoge resistentie tegen meeldauw (oidium). Tegen valse
meeldauw (peronospera) kunnen maatregelen nodig zijn. Valse meeldauw hebben wij tot 2007
zelf
niet
geconstateerd, maar bij andere wijngaarden is dit toch wel voorgekomen. In de natte jaren
2007 en 2008 hebben wij ook last gekregen van valse meeldauw. We hebben gemerkt in 2005
dat overrijpe bessen een zeer zachte schil krijgen en dat er op beperkte schaal botrytis
op kan ontstaan.
Het is een sterke groeier, zodat er elk jaar lange uitlopers ontstaan, die soms
horizontaal gaan groeien. Al in het tweede jaar vindt er bloem- en trosvorming plaats, tot
drie trossen per rank. Vaak worden er meer trossen gevormd dan de stok kan laten rijpen en
dan is dunnen dus noodzakelijk.
De tros is niet erg compact, zodat er weinig kans is
dat de bessen elkaar kapot drukken. De schil is hard, zodat de bes niet aangenaam is in de
mond.
De jonge stok met zijn beperkt wortelgestel heeft behoefte aan extra magnesium, maar in
latere jaren heeft de plant er minder last van.
De kleur van de bessen is blauw, het vruchtvlees en het sap zijn lichtrood.
De druiven rijpen laat (eerste helft van oktober) en kunnen dus lang blijven hangen. Het
suikergehalte kan gemakkelijk oplopen tot 240 gram/liter sap (90 Oechsle)., maar dan is
het zuur te sterk teruggelopen voor een harmonieuze wijn..
De eerste jaren bleef het trosgewicht beperkt (70 gram) maar na een aantal jaren hebben we
trossen van ongeveer 250 gram.
De bessen kunnen goed tegen vraat door wespen. De wespen vreten de inhoud van de bes weg
en de schil blijft gedroogd over. Tot nu toe heben we daardoor geen rotting kunnen
constateren. Elk jaar beschermen de regent met netten tegen vogels.
<terug naar inhoud
Wijn
Omdat de schil zeer veel kleurstoffen bevat wordt de resulterende rode wijn donkerrood van
kleur. Omdat de kleur zo sterk is, kan deze wijn worden gebruikt om lichtere wijnen bij te
kleuren.
De druif heeft een laag zuurgehalte en daarom verdient het aanbeveling om met de oogst
niet te wachten tot het maximale suikergehalte is bereikt, maar te oogsten bij bv 83
Oechsle. Dan is er nog redelijk zuur aanwezig.
Er kunnen een aantal varianten wijn van gemaakt worden, afhankelijk van de duur van de
pulpgisting, bv rose, fruitig rood, stevig rood en rijpen op eiken. Het schilcontact
varieert dan tussen de 0 uur en bv 10 dagen.
Tijdens het gisten kan de wijn zuurstof goed verdragen, het is zelfs gunstig voor de
stabiliteit van de kleur en de aroma's. Ondanks de lage zuurgraad is onze ervaring dat de
wijn baat heeft bij een malolactische gisting. De complexiteit van de wijn neemt dan
beduidend toe.
Soms (maar niet altijd!) heeft de uiteindelijke wijn een wat aardse toon. Dat kan een
typische geur zijn van het ras, zoals de Pinot Noir die ook heeft. Wij steken na de
hoofdgisting snel over en zorgen voor veel gistvoeding.
De wijn heeft een aantal jaren nodig om zich te ontwikkelen. De fruitige en krachtige
wijnen zijn pas na twee jaar echt op dronk. Onze ervaring is dat de wijn veel lucht nodig
heeft om zich maximaal te ontplooien. Tweemaal overschenken in een karaf (de eerste maal
decanteren) en een uur in de karaf laten staan doet de wijn veel goed.
<terug naar inhoud
Laatst bijgewerkt: 16 November, 2008