WIJN EN WIJNGAARDEN IN NEDERLAND
Inhoud
-Wijnbouw
- Ziekten
- Nederland actueel
Druiventeelt kan worden uitgevoerd in de gematigde zones van de wereld. In de
middeleeuwen waren er in Nederland en Belgie vele wijngaarden. Door daling van de
temperatuur (kleine ijstijd), zijn deze langzamerhand verdwenen en ging men lokale bieren
drinken. Door beter en goedkoper transport werd het verder mogelijk wijnen te importeren
uit gebieden met een beter klimaat, waardoor die wijnen populair werden. Nederland heeft
bv een tijdlang de Bordeauxwijn wereldwijd gedistribueerd. Ten tijde van de Franse
overheersing zijn alle wijngaarden door Napoleon stil gelegd.
De verschillende druivenrassen rijpen met een bepaalde minimale hoeveelheid uren zon
gedurende de groeiperiode van de plant. Na een bepaalde tijd sterven de bladeren af en
stopt de rijping. Het zal duidelijk zijn dat de rassen die het in Zuid Frankrijk goed
doen, in Nederland geen opbrengst geven. Sommige rassen kunnen met minder zon toe en
worden dus noordelijker gebruikt. Vooral in Duitsland en Zwitserland zijn telers actief om
druivenrassen te kweken die met weinig zon toe kunnen. In noordelijke gebieden is verder
meer blad nodig om de druiven te laten rijpen. De planten moeten dus hoger worden en de
rijen moeten dan verder uit elkaar staan om te voorkomen dat de ene plant in de schaduw
van de andere staat. In warme gebieden is het gunstig om de plant laag te houden wegens de
warmteuitstraling van de steenachtige bodem. In Nederland speelt dat niet , zodat de plant
gerust hoger mag worden in de wijngaard.
De opbrengst van de plant is deels afhankelijk van het ras. Er zijn rassen met hoge en
lage opbrengst. Per hectare zal de opbrengst tussen de 2000 en 8000 liter kunnen liggen.
Veelal beperkt men de opbrengst door te dunnen, waarbij de kwaliteit van de wijn toeneemt.
Dan kan er ook, met voor een regio minder geschikte rassen, nog een kwalitatief
acceptabele, maar beperkte, opbrengst worden verkregen.
In Europees verband zijn er afspraken gemaakt welke druivensoorten gebruikt mogen worden
voor wijn. Dit remt de commerciele introductie van nieuwe rassen en schermt de
bestaande (vooral zuidelijke) landen af.
<Terug naar inhoud>
Rond 1870 kreeg men in Europa last van de druifluis. Dit insect tast uiteindelijk de
wortels van de wijnstok aan, waardoor deze afsterft. Een goed werkend bestrijdingsmiddel
is niet echt gevonden. Uiteindelijk bleek meer dan 50% van de europese wijngaarden
aangetast en is uiteindelijk gerooid. De druifluis was inheems in de VS en daar vond
men wilde druivensoorten die immuun waren voor dit insect. Door de europese rassen te
enten op deze resistente onderstammen kreeg men een combinatie van resistentie en
kwaliteit. Dit type wordt nu vrijwel overal in de wereld gebruikt.
Veel ziekten die in de planten- en groententeelt bekend zijn komen ook op druiven voor. Zo
zijn spint en dopluizen veel voorkomende insekten. Daarnaast zijn druiven gevoelig voor
meeldauw en andere schimmels. Van oudsher worden deze ziekten bestreden door bespuiting
met een mengsel van zwavelpoeder en kopersulfaat (Bordeauxse pap). Dit is goed te
herkennen aan de dan aanwezige blauwige waas op de bladeren. Vanwege de schadelijke
effecten van een overdaad aan koper in de grond, past men, in combinatie met resistente
rassen, meer en meer biologische bestrijdingsmiddelen toe.
Dankzij veredeling en selectie zijn er langzamerhand rassen geteeld die en minder zon
nodig hebben en daarbij resistenter zijn tegen ziektes, waarbij de wijn een goede smaak
blijft houden. Zeker in het relatief vochtige Nederlandse klimaat is dit van belang,
aangezien er anders veel bespuitingen moeten plaats vinden, tegen bv meeldauw. Deze
ontwikkeling van meeldauw resistente rassen vindt bv in Duitsland plaats, waar de
wijngebieden relatief ook noordelijk liggen. Ook hier blijken soorten die in de VS in het
wild voorkomen, resistent tegen meeldauw. Door kruising probeert men resistentie te
introduceren in de europese rassen. Veel nieuwe soorten blijken geen lekkere wijn op te
leveren, maar er zijn ook goede bij. Vele van deze in Duitsland ontwikkelde rassen
kunnen in Nederland momenteel goed geteeld worden. Hierbij is het ook niet nodig dat de
wijgaarden op een helling liggen en dat er een kalkhoudende grond aanwezig is.
<Terug naar inhoud>
Nederland actueel
Vanaf 1980 zijn in Nederland weer wijngaarden aangeplant. Er waren in 2000 een groot
aantal (meer dan 70) wijngaarden. Volgens een in 1999 door het Productschap Wijn gehouden
enquete, is er in dat jaar ongeveer 130.000 liter wijn geproduceerd. Naar verwachting
loopt deze productie in de loop der tijd verder op. De meeste wijngaardeniers zijn
aangesloten bij het wijngaardeniersgilde. Deze wijngaarden liggen verspreid over het
gehele land, met een concentratie in Zuid Limburg omdat daar op de kalkhellingen, in goede
jaren, de oude rassen kunnen rijpen. Er zijn echter ook wijngaarden in bv Groningen,
Twente, De Achterhoek Flevoland en Zeeland.
In Nederland zijn er in 2005 zeker 30 wijngaarden met een oppervlakte van meer dan 1
hectare. Er zijn er inmiddels een aantal met een omvang van ongeveer 5 hectare. Deze
brengen hun wijn commercieel op de markt, staan in restaurants op de kaart en zitten in
het assortiment van wijnhandelaren. Deze grootschalige ontwikkeling wordt deels ingegeven
door telers en tuinders die een alternatief zoeken voor fruit. Dit zoeken naar
alternatieven wordt gestimuleerd door het ministerie van landbouw en provincies die zich
toeristisch willen profileren. Door de toename van de vrije tijd en het vrijvallen van
landbouwgronden wordt het ook mogelijk om druiven te verbouwen als hobby of
nevenactiviteit. Dat er veel kleine wijngaarden zijn, komt in andere wijngebieden ook
voor. In het Duitse Ahr-dal is meer dan de helft van de 500 wijngaarden kleiner dan 0,5
hectare.
Jaarlijks is er een landelijke proeverij, waarbij de beste witte en rode wijn wordt
gekozen. Omdat de smaak van de wijn wordt bepaald door het ras, de bodem, de rijping
en de verwerking, smaken de Nederlandse wijnen anders dan de bekende Franse wijnen.
Streven naar een identieke smaak moet ook niet het doel zijn, andere landen hebben ook hun
eigen wijn met eigen karakteristieke smaak (denk aan Rioja, Chianti, Retsina). De
betere Nederlandse wijnen kunnen zich inmiddels goed staande houden temidden van vele
andere wijnen.Van groot belang voor de kwaliteit en de opbrengst is verder de leeftijd van
de stok. Pas na een aantal jaren geeft een wijnstok de beste kwaliteit. Omdat in Nederland
de wijngaarden realtief nog jong zijn, er betere rassen komen voor noordelijke ligging en
de ervaring van de wijngaardeniers groeit, zal de kwaliteit van de wijn toenemen.
Zo kan op den duur elke Nederlandse plaats weer een eigen wijngaard krijgen.
<Terug naar inhoud>
Laatst bijgewerkt: 23 March, 2007